Sinds medio 2014 is de staf van het MTKV vernieuwd en wordt er gestreefd naar de officiele erkenning als vrijwillig muziekkorps binnen Defensie. vandaar is de naam van het MTKV gewijzigd in VMTKV "Vrijwillig Muziek- en Tamboerkorps van de Verbindingsdienst. 24 juni 2015 is de schouwing geweest en begin juli 2015 was de erkenning een feit! Onder nieuws is hierover meer informatie beschikbaar!


HISTORIE MUZIEKKORPS VERBINDINGSDIENST

Wortels in het Wapen der Genie

De Verbindingsdienst van de Koninklijke Landmacht is een zelfstandig Wapen, maar maakte tot 1 mei 1949 deel uit van het Wapen der Genie. Een belangrijke periode van de geschiedenis van de Verbindingsdienst, die begint in 1874, is dus gemeenschappelijk met die van de Genie. De mineurshelm in het embleem van de Verbindingsdienst herinnert daaraan. Maar ook het opschrift op het vaandel van de Verbindingstroepen ‘Rotterdam 1940’ is een eerbetoon aan het Verbindingspersoneel dat zo moedig heeft bijgedragen aan de strijd om de Maasbruggen, met name de Vier Leeuwenbrug. Eén van die vier leeuwen siert de appèlplaats van de Elias Beeckmankazerne, waar jaarlijks belangrijke gebeurtenissen plaats vinden van het Regiment Verbindingstroepen. Ook de marketentster, die daar en elders haar leeuwenbitter presenteert, is een levendig symbool van de traditie samen met de Genie. Ten laatste is daar het vrijwilligersmuziekkorps van de Verbindingsdienst, die niet alleen de traditie van de drumband van de Verbindingsdienst voortzet, maar ook de historie van de ‘Geniemuziek’ van weleer doet herleven.



Op 18 februari 1874 wordt een afzonderlijke afdeling Veldtelegrafisten opgericht. Dit feit wordt beschouwd als het ontstaan van de Verbindingsdienst van de Koninklijke Landmacht. Afzonderlijk, maar nog niet zelfstandig, wordt de Verbindingsdienst ondergebracht bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs van het Wapen der Genie in de Willemskazerne in Utrecht. De gemeenschappelijke geschiedenis van de Genie en de Verbindingsdienst is hiermee een feit. Lang zit de Verbindingsdienst niet in de Willemskazerne, want in 1877 brandt deze af en verhuist het bataljon tijdelijk naar een noodbehuizing in de Damlustkazerne bij het centraal station. Buiten de stadssingels, maar nog wel in de bebouwde kom.



Als oefenlocatie gebruikt het bataljon de omgeving van het Kamp van Zeist, waar dan voor meerdere weken wordt gebivakkeerd. Vaak wordt de mars daarheen of terug, begeleid door de muziek van de Schutterij, dit tot genoegen van de militairen en de burgerij. Mogelijk heeft dat er toe bijgedragen dat de wens werd geuit om zelf een muziekkorps te hebben. In 1887 wordt begonnen met musiceren. Omdat daar intern niet in kon worden voorzien werd een burgerdirigent en werden burger muziekleraren aangesteld. De opbouw van het muziekkorps gaat aanvankelijk moeizaam, maar op 12 mei 1888 wordt de eerste uitvoering gegeven. Die datum wordt daarom aangehouden als de officiële oprichtingsdatum van het Harmonieorkest van het (sinds 1881 zo geheten) Korps Genietroepen. Het orkest raakt bij de burgers al snel bekend als de ‘Geniemuziek’. De Harmonie is aanvankelijk bedoeld voor ontspanning in de vrije tijd, maar in de loop der jaren wordt het met steeds meer militaire taken belast.



Behoorlijke oefen- en repetitiefaciliteiten krijgt het orkest pas als (eindelijk!) op 2 september 1913 een nieuwe geniekazerne wordt opgeleverd: de Kromhoutkazerne aan de oostelijke rand van Utrecht. Inmiddels wordt de Verbindingsdienst gereorganiseerd tot het Bataljon Telegrafietroepen en is een forse partner binnen het Korps Genietroepen geworden. De Geniemuziek is dus ook voor een belangrijk deel ‘verbindingsmuziek’!

Als gevolg van de oorlogsdreiging wordt in 1938 de organisatie veranderd. Er wordt een 2e Regiment Verbindingstroepen opgericht, waarbij het Telegraafbataljon wordt ondergebracht. Niet van lange duur echter, want met de mobilisatie van de Nederlandse Krijgsmacht op 1 september 1939 verandert de naam van het Korps Genietroepen in Depot Genietroepen en die van het Verbindingsbataljon in IIe Bataljon Verbindingstroepen. Dit bataljon wordt twee dagen later naar Rotterdam verplaatst; de Genietroepen gaan naar Schoonhoven. Het instrumentarium van het Harmonieorkest gaat mee met de Verbindingsdienst naar Rotterdam en wordt daar opgeslagen. Tijdens het bombardement op 14 mei worden alle instrumenten verwoest en zijn ook de tastbare herinneringen uitgewist: het muziekkorps is feitelijk opgehouden te bestaan. Het huidige vrijwilligersmuziekkorps van de Verbindingsdienst houdt de herinnering aan dit verloren gegane orkest levendig.



Na de oorlog kwam de genie/verbindingsdienst weer terug in Utrecht…maar zonder muziekkorps. Voor de ‘geniemuziek’ waren nog geen instrumenten, zodat de burgerij van Utrecht (wederom) geld inzamelde. Hiervoor werden trommen, klaroenen en es-trompetten gekocht, die na de scheiding van genie en verbindingsdienst in 1949, met de Genie meegingen naar ’s Hertogenbosch. Daar werd later een fanfarekorps opgericht.



Eigen muziek voor de verbindingsdienst ontstond er in die tijd ook. Op 15 april 1946 werd in de Hojelkazerne in Utrecht het 1e Regiment Verbindingstroepen opgericht; hier werd een bij de KMK opgeleide tamboer-klaroenblazer-instructeur ingedeeld. Hiermede werd de kiem gelegd voor een eigen tamboerkorps. Het was de per 18 maart 1948 op functie geplaatste sergeant P(etrus, of ‘Patje’) de Leeuw, die de grondlegger van een eigen verbindingsdienst drumband werd. Onder zijn leiding groeide de drumband in korte tijd uit tot een groot orkest van soms wel 65 man, bestaande uit dieptrommen, tenortrommen, een grote trom, bes klaroenen, es-trompetten, piccolo’s en dwarsfluiten. De drumband bestond uit vrijwel allemaal dienstplichtigen en een enkele beroeps-in-opleiding en moest telkens weer opnieuw gevuld worden na overplaatsing aan het eind van de opleidingen.



De drumband (officieel: tamboerkorps), werd in 1954 gesplitst, toen een gedeelte naar Ede ging. Daar werd met de leiding belast de sergeant K. Smits, terwijl in Utrecht de korporaal der eerste klasse W.B. Brandt aantrad. De sergeant-majoor P. de Leeuw vertrok naar het Fanfarekorps der Genie.



De tientallen vrijwillige muziekkorpsen hadden het niet gemakkelijk: wel erkenning, geen erkenning, wel financiële steun of niet, wel onder diensttijd repeteren of niet. Veel konden regimentscommandanten bereiken voor ‘hun’ korpsen, maar politieke beslissingen lagen buiten hun bereik. In de 70-jaren viel het doek voor de meeste vrijwilligers orkesten en drumbands. Het Tamboerkorps van de Verbindingsdienst hield op 1 januari 1973 op te bestaan, maar bleef in de herinnering voortbestaan totdat bij de voorbereidingen van het jubileum ‘125-jaar Verbindingsdienst’ in 1999, werd besloten de oude drumband weer tot leven te roepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

 

Op 30 september 1998 werd met 14 beroepsmilitairen en enkele burgers, ten overstaan van de Regimentscommandant in de Regimentszaal van de School Verbindingsdienst in de Simon Stevinkazerne te Ede, het Tamboerkorps heropgericht.



Na enige jaren van succesvol optreden in de oude battle-dress, vond men dat uitsluitend signaalmuziek te weinig mogelijkheden bood om zelfstandig het militair ceremonieel te ondersteunen, zodat werd besloten ook melodisch te gaan spelen. Dit is het begin van de herleving van de oude ‘geniemuziek’ bij de Verbindingsdienst, waarvoor reeds in 1962 in opdracht van de Uniformcommissie KL door de krijgsmachtcouturier Fr. Smits sr. een galatenue werd getekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

 

 

 

De battle-dress is inmiddels een te schaars artikel geworden, zodat dit alleen nog bij speciale gelegenheden en met een niet te grote bezetting wordt gedragen. Het primaire tenue is nu de Dagelijkse Tenue model 1963. Maar ook in dat uniform blijft het Muziek- en Tamboerkorps van de Verbindingsdienst een historisch korps, met wortels in zowel de Genie als de Verbindingsdienst. Wortels in het verleden, groei in het heden en vruchten in de toekomst. Dat is waar het MTKV aan werkt. Musis Transmittendus.


Maj bd W. Vastenhoud